Toen ik hem, tien jaar oud, voor het eerst meenam liepen we naar de tramhalte. Onderweg spuugde hij op de grond en zijn jack hing los van een schouder. We stonden te wachten tot de tram kwam en ik trachtte zijn jack recht te trekken. Nee, dat moet niet, zei hij. Waarom niet, vroeg ik. Dat staat niet stoer. Onmiddellijk begreep ik toen dat spugen ook heel stoer moet zijn.
Tegen oud- en nieuw kwam ik hem ophalen voor ons middagje uit en ik kreeg te horen dat ons afspraakje rond de jaarwisseling niet door kon gaan, want dan moest hij vuurwerk afsteken en bij zijn tante logeren. Zijn neef was ouder en die zou hem wel helpen om zijn verzameling vuurwerk, twee vuilzakken vol, af te steken. Hij trok zijn jas en schoenen aan, maar vroeg wel aan mij om zijn veters vast te maken. Ik was verbaasd dat hij dat niet zelf kon. Nee, echt niet, beweerde hij, pruilend. Ik vroeg hem hoe het mogelijk was dat een jongen die al zelf vuurwerk af kon steken niet zijn veters kon knopen. Ik zou het hem één keer voordoen, maar dan moest hij het zelf proberen. Zo gezegd, zo gedaan.
De eerstvolgende keer was na oud- en nieuw. Ik kwam hem weer ophalen en we reden naar mijn huis. Daar aangekomen maakte hij zijn veters los en zij tegen mij: "Toch een goeie actie van jou want ik kan nu mijn veters knopen en zelfs een dubbele knoop leggen, kijk maar". Hij was trots en mijn hart glimlachte.