Levende Kappertjes
Om precies twee uur vond Olivier het wel mooi geweest met het poetsen van de auto en vertrokken ze na het eten van een boterham met echte door Oliviers moeder gemaakte jam – waarvan Jasper zei dat-ie het lekker vond - naar het strand. Op het strand bouwden ze een reusachtig fort. Er kwamen steeds meer kinderen om te helpen en het fort werd steeds groter. Het had twee vijvers, drie slotgrachten, drie verdedigingswallen, twee torens, een piramide en een brug. En toen de vloed kwam werd het echt spannend. Eerst vulde de zee de slotgrachten en vijvers met water. En toen beukten de golven tegen het fort aan. Het fort hield lang stand, maar de verdedigingswallen werden uiteindelijk toch overspoeld door de zee. Maar lieve lezertjes, of de torens zouden blijven staan, wachtten Olivier en Jasper niet meer af. Het werd koud en ze kregen honger.
Bij Olivier thuis maakten ze samen heerlijke pizza’s. En dit deden ze er op: olijfolie, tomatensaus, mozzarella kaas, champignons, tomaat, olijven, geraspte oude kaas, Italiaanse kruiden en kappertjes. “Pas op ze bijten”, riep Olivier en ze speelden dat de kappertjes gevaarlijke beestjes waren die als piranha’s in de verpakking rondzwommen. De pizza’s waren wel een beetje groot omdat er zo veel opzat, maar het waren de lekkerste pizza’s tot nu toe (vond Olivier). En toen was het opeens al weer tijd om naar huis te gaan, tot grote teleurstelling van Jasper én van Olivier. Het was een fantastische dag geweest. Jasper had zich echt perfect gedragen. (en Olivier ook best wel een beetje).